• 0

De belastingsvrijstelling op dividenden.

Natuurlijke personen die in 2018 dividenden toegekend of ontvangen hebben uit aandelen, krijgen van de overheid een belastingvrijstelling op de afgehouden roerende voorheffing.
Ze dienen deze vrijstelling wel zelf aan te vragen in de aangifte personenbelasting. 
Hierdoor kunnen ze tot 192 EUR per persoon aan teveel ingehouden roerende voorheffing terugvorderen.
Voor gehuwde of wettelijk samenwonende personen, geldt de belastingvrijstelling voor elk van beide.

Welke dividenden zijn uitgesloten?

  • Dividenden die voortkomen uit constructies die aan de kaaimantaks onderworpen zijn.
  • Dividenden die voortkomen uit beleggingsfondsen of ICB’s.
  • Geherkwalificeerde dividenden (= toegekende intresten die als dividend herzien werden)
  • Dividenden uit fusies, verdeling van het kapitaal van een vennootschap, inkoop eigen aandelen.

Hoe doet u dit concreet?

  • Per persoon mag u de ingehouden roerende voorheffing terugvorderen op 640 EUR aan ontvangen dividenden.
  • Dat betekent dat u maximaal 192 EUR (640 x 30%) kan terugvorderen.
  • U dient zelf een overzicht te maken van de ontvangen dividenden en de bewijsstukken bij te houden. Deze dient u NIET mee te sturen met de aangifte zelf. U heeft de vrije keuze welke dividenden u al dan niet in deze aangifte opneemt.
  • De terug te vorderen roerende voorheffing neemt u op in de code 1437 of 2437 voor uw partner. Het brutobedrag van de ontvangen dividenden moet u hier niet aangeven. U dient hier ENKEL de terug te vorderen roerende voorheffing op te nemen.

Tot slot

De buitenlandse bronheffing kan u op deze manier niet terugvragen. Deze dient u bij andere (buitenlandse) belastingsdiensten terug te vorderen. 

Voor 2019 is tot 800 EUR aan ontvangen dividenden vrijgesteld van roerende voorheffing.
Heeft u ten slotte nog andere vragen? Aarzel niet om ons te contacteren.


  • 0

Investeer voor 2020!

Category : Uncategorized

Twijfelt u nog of u een geplande investering nog beter in 2019 dan wel in 2020 doet? 
Wij geven u hieronder alvast enkele redenen om uw investering toch nog voor het einde van dit jaar te doen.

Verhoogde investeringsaftrek

De verhoogde éénmalige investeringsaftrek van 20% loopt nog tot 31/12/2019.
Eénmanszaken of vennootschappen die ten laatste op die datum nog een investering plannen, krijgen een bijkomende éénmalige kostenaftrek van 20%.
Zo kan u in totaal 120% van uw investering in uw kosten inbrengen.

Degressief afschrijven verdwijnt 

Door uw investeringen degressief af te schrijven, kan u ze nog dubbel zo snel in uw kosten opnemen voor dit boekjaar. 
Dit stelsel verdwijnt ook vanaf 31/12/2019.
Investeringen die voor 31/12/2019 reeds degressief afgeschreven werden, mogen verder op dit ritme afgeschreven worden. 
Voor nieuwe investeringen, zal dat niet langer het geval zijn.

Pro rata afschrijven verplicht

Op vandaag kunnen éénmanszaken en kleine vennootschappen die nog snel een investering doen voor het einde van het boekjaar, deze investering nog voor een heel jaar in kosten inbrengen.
Vanaf 31/12/2019 zal dat niet langer mogelijk zijn en moet er afgeschreven worden naargelang het aantal dagen van het jaar dat u de investering al in bezit heeft (pro rata temporis).
Dit houdt concreet in dat, als u een investering naar het einde van het jaar plant, u deze maar enkele dagen van dat jaar meer in kosten zal mogen nemen.

Tariefdaling

Voor grote vennootschappen daalt het tarief van 29,58% naar 25% vanaf 2020.
Voor kleine vennootschappen daalt het tarief van 20,40% naar 20% vanaf 2020.
Alle kosten die u dus nog dit jaar, in plaats van volgend jaar kan inbrengen, besparen u nog extra belastingen!


  • 0

De hervorming van de vennootschapsbelasting

De maatregelen van het zomerakkoord zijn ondertussen grotendeels bekend. Voor zelfstandigen en vennootschappen kan u hieronder de belangrijkste maatregelen terugvinden:

Nieuwe tarieven

Voor KMO’s daalt het verlaagde tarief vanaf 2018 naar 20% op de eerste schijf van 100.000 EUR winst, daar waar dit op vandaag nog 24,25% is op de eerste 25.000 EUR en reeds 31% op de volgende 65.000 EUR.

Voor de winst van het boekjaar die stijgt boven de 100.000 EUR zullen hogere belastingstarieven gelden.

KMO’s die van dit verlaagde tarief willen genieten, zullen verplicht zijn om een bezoldiging van minstens 45.000 EUR uit te keren aan één van hun bedrijfsleiders, of – indien dit minder is -, ten minste de helft van het belastbaar inkomen uit te keren als bezoldiging aan de bedrijfsleider.

KMO’s die te weinig bezoldigingen uitbetalen aan hun bedrijfsleider zullen een bijkomende boete moeten betalen van 10% op het bedrag aan bezoldigingen dat te weinig werd uitbetaald.

Pas opgerichte vennootschappen zullen niet moeten voldoen aan deze voorwaarden.

Voor grote ondernemingen daalt het tarief van naar 29% over 2018 en naar 25% vanaf 2020.

De crisisbelasting blijft behouden tot in 2020 waarna ze wordt afgeschaft, ze daalt intussen wel van 3% tot 1,5% vanaf 2018.

Autokosten

De fiscale aftrekbaarheid van wagens op basis van de CO²-uitstoot zoals die op vandaag bestaat bij vennootschappen, zal ook doorgetrokken worden naar éénmanszaken.

Forfaitaire aftrekbare kosten zelfstandigen

Zelfstandigen die hun beroepskosten niet willen bewijzen kunnen vanaf nu terugvallen op dezelfde regeling als van werknemers. Deze regeling is niet van toepassing op bedrijfsleiders.

Fiscale consolidatie

Verschillende vennootschappen die deel uitmaken van dezelfde groep, zullen onderling hun winsten en verliezen met elkaar mogen compenseren om zo minder belastingen te moeten betalen.

Deze regeling zou pas ingaan vanaf 2020.

Minimumbelasting

De aftrekken van het huidige jaar blijven behouden (DBI, Notionele intrestaftrek, innovatie-inkomsten, etc) en kunnen onbeperkt afgetrokken worden van de gemaakte winsten.

Als de winst van het boekjaar na deze aftrekken nog meer bedraagt dan 1.000.000 EUR, dan zullen de andere aftrekken (overgedragen DBI van vorige boekjaren, oude fiscale verliezen, etc) slechts aftrekbaar zijn voor maximaal 70%.

Deze maatregel geldt niet voor bedrijven die in hun eerste 4 boekjaren zitten. Voor deze bedrijven blijven de geleden fiscale verliezen volledig aftrekbaar.

Afschrijvingen

Degressief afschrijven zal vanaf 2020 niet langer mogelijk zijn. Ook de verhoogde afschrijvingen van 120% op sommige investeringen zullen afgeschaft worden.

KMO’s zullen vanaf 2020 ook pro rata moeten afschrijven zoals nu reeds het geval is bij grote ondernemingen.

Taks op effectenrekeningen

Er zal een jaarlijkse taks van 0,15% moeten betaald worden op het bedrag van beursgenoteerde effecten (aandelen, obligaties, fondsen) die u op een effectenrekening aanhoudt, maar dit enkel indien er voor meer dan 500.000 EUR aan effecten op deze effectenrekening(en) staat.

Gehuwde of samenwonende partners die nu een gemeenschappelijke effectenrekening bezitten waarop meer dan 500.000 EUR staat, kunnen deze rekening splitsen in 2 aparte rekeningen om eventueel aan deze taks te ontsnappen.

De taks geldt per individueel gezinslid en is niet van toepassing op vennootschappen. Dit laat verschillende mogelijkheden open om te optimaliseren door middel van schenking of oprichten van een vennootschap.

Voorafbetalingen

De belastingvermeerdering voor een vennootschap die onvoldoende voorafbetaald, zal vanaf 2018 ook verschuldigd zijn bij bedragen onder de 50 EUR en de belastingvermeerdering zal opgetrokken worden naar 3%.

Dit  moet vennootschappen aanzetten om terug aan voorafbetalingen te doen.

Vrijstelling op meerwaarden van aandelen

De vrijstellingsregeling van meerwaarden op aandelen wordt in lijn gebracht met de DBI-voorwaarden.

Concreet betekent dit dat een meerwaarde slechts meer zal vrijgesteld worden indien de participatie ten minste 10% van het kapitaal bedraagt OF ten minste 2.500.000 EUR.

Voor grote vennootschappen verdwijnt het eerder ingevoerde tarief terug van 0,412% op gerealiseerde meerwaarden van aandelen.

Controle

De verhoging van de belastbare basis bij controle zal enkel nog kunnen verminderd worden met DBI-aftrekken van het huidige boekjaar.

Op de overige verhogingen zal nog steeds belasting moeten betaald worden.

Roerende voorheffing verschuldigd op kapitaalverminderingen

Vanaf 2018 zal een kapitaalvermindering pro rata moeten aangerekend worden op zowel de belaste als de gestorte reserves.

Op de gestorte reserves is nog steeds geen roerende voorheffing verschuldigd maar door de pro rata omdeling van de reserves zal er op de belastbare reserves wel roerende voorheffing verschuldigd zijn.

Wijzigingen aan de notionele intrestaftrek

Het systeem van de notionele intrestaftrek zal hervormd worden zodat enkel nog het bijkomend gestort kapitaal in aanmerking zal komen door middel van een voortschrijdend gemiddelde over de afgelopen 5 jaar. Het verhoogde tarief voor KMO’s blijft wel behouden.

Wijzigingen aan de investeringsaftrek

Voor KMO’s en eenmanszaken stijgt het tarief voor de éénmalige investeringsaftrek van 8% naar 30% tot en met 2020. Vanaf 2021 zakt dit tarief terug naar 10%.

Wijzigingen aan de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor wetenschappelijk personeel

De maatregel zal stelselmatig uitgebreid worden naar bachelordiploma’s

Afschaffingen vanaf 2020 van onderstaande vrijstellingsmaatregelen

  • Vrijstelling aanvullend personeel
  • 140% kostenaftrek van stagebonusloon
  • Meerwaardevrijstelling op bedrijfsvoertuigen en voertuigen voor gemeenschappelijk vervoer
  • Vrijstelling op het sociaal passief ingevolge éénheidsstatuut
  • Meerwaardevrijstelling op onroerende goederen van vennootschappen voor huisvestingskrediet

Aftrekbeperkingen geldig vanaf 2020

  • Alle boetes inzake directe en indirecte belastingen alsook de aanslag geheime commissielonen worden niet-aftrekbaar
  • Verdere beperkingen van autokosten (ook van elektrische wagens)

Overgangs- en misbruikmaatregelen

Om te vermijden dat vennootschappen hun winsten verschuiven naar volgende jaren zal er worden gesleuteld aan de aftrekbaarheid van vooruitbetaalde kosten, fiscale voorzieningen en de taxatie van herbeleggingsmeerwaarden. De voorwaarden worden strenger.

 


  • 0

Rekening courant bij overlijden zaakvoerder / bestuurder

Bij het overlijden van een bestuurder of zaakvoerder komt het vaak voor dat de overleden persoon nog een rekening courant openstaan heeft aan zijn vennootschap.

De openstaande vordering of schuld dient in dat geval mee opgenomen te worden in de nalatenschap van de overleden persoon.

 

Rekening Courant Credit

Betreft het een vordering op de vennootschap, dan zal deze vordering moeten opgenomen worden samen met de andere bezittingen van de overledene in de aangifte. Op die manier kan het al snel zijn dat de erfgenamen hier hoge successierechten op zullen moeten betalen. De huidige erfbelastingen in Vlaanderen variëren van 3% tot 27% in rechte lijn en tot aan 65% aan andere personen.

U kunt dit vermijden door tijdig uw rekening courant schenken.

U kan uw rekening courant schenken met voorbehoud van vruchtgebruik. Op die manier geniet u nog steeds van de voordelen van uw rekening courant, maar zullen uw erfgenamen niet meer opgescheept zitten met een torenhoge factuur aan successierechten. Schenkingsrechten variëren van 3% tot 7% in Vlaanderen op roerende goederen en zelfs 0% indien u de schenkingsakte laat verlijden via een Nederlandse notaris.

 

Rekening Courant Debet

Vertoont uw lopende rekening nog een schuld aan de vennootschap, dan zal ook deze vordering moeten opgenomen worden in de nalatenschap.

De rekening courant zal in dat geval overgezet worden op de erfgenamen die de nalatenschap aanvaarden.

 


  • 0

De afschaffing van de BTW-kwartaalvoorschotten vanaf 1 april 2017

Category : BTW , Fiscaal

Op donderdag 23 februari 2017 verscheen in het Belgisch Staatsblad het KB tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1 en 24 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de betaling van voorschotten door een belastingplichtige die kwartaalaangiften indient.
Vanaf 1 april 2017 worden de kwartaalvoorschotten voor de btw dus afgeschaft.
Enkel voor de BTW-aangifte van het vierde kwartaal zal er nog een voorschot moeten gestort worden, dit ten laatste op 24 december van het jaar.

Het bedrag van dit voorschot is OFWEL gelijk aan de handelingen van 1 oktober tot en met 20 december van het vierde kwartaal OFWEL gelijk aan het saldo van de BTW-aangifte van het derde kwartaal.

 


Claerhout Accountancy
Kappaertstraat 4
8550 Zwevegem