De hervorming van de vennootschapsbelasting

  • 0

De hervorming van de vennootschapsbelasting

De maatregelen van het zomerakkoord zijn ondertussen grotendeels bekend. Voor zelfstandigen en vennootschappen kan u hieronder de belangrijkste maatregelen terugvinden:

Nieuwe tarieven

Voor KMO’s daalt het verlaagde tarief vanaf 2018 naar 20% op de eerste schijf van 100.000 EUR winst, daar waar dit op vandaag nog 24,25% is op de eerste 25.000 EUR en reeds 31% op de volgende 65.000 EUR.

Voor de winst van het boekjaar die stijgt boven de 100.000 EUR zullen hogere belastingstarieven gelden.

KMO’s die van dit verlaagde tarief willen genieten, zullen verplicht zijn om een bezoldiging van minstens 45.000 EUR uit te keren aan één van hun bedrijfsleiders, of – indien dit minder is -, ten minste de helft van het belastbaar inkomen uit te keren als bezoldiging aan de bedrijfsleider.

KMO’s die te weinig bezoldigingen uitbetalen aan hun bedrijfsleider zullen een bijkomende boete moeten betalen van 10% op het bedrag aan bezoldigingen dat te weinig werd uitbetaald.

Pas opgerichte vennootschappen zullen niet moeten voldoen aan deze voorwaarden.

Voor grote ondernemingen daalt het tarief van naar 29% over 2018 en naar 25% vanaf 2020.

De crisisbelasting blijft behouden tot in 2020 waarna ze wordt afgeschaft, ze daalt intussen wel van 3% tot 1,5% vanaf 2018.

Autokosten

De fiscale aftrekbaarheid van wagens op basis van de CO²-uitstoot zoals die op vandaag bestaat bij vennootschappen, zal ook doorgetrokken worden naar éénmanszaken.

Forfaitaire aftrekbare kosten zelfstandigen

Zelfstandigen die hun beroepskosten niet willen bewijzen kunnen vanaf nu terugvallen op dezelfde regeling als van werknemers. Deze regeling is niet van toepassing op bedrijfsleiders.

Fiscale consolidatie

Verschillende vennootschappen die deel uitmaken van dezelfde groep, zullen onderling hun winsten en verliezen met elkaar mogen compenseren om zo minder belastingen te moeten betalen.

Deze regeling zou pas ingaan vanaf 2020.

Minimumbelasting

De aftrekken van het huidige jaar blijven behouden (DBI, Notionele intrestaftrek, innovatie-inkomsten, etc) en kunnen onbeperkt afgetrokken worden van de gemaakte winsten.

Als de winst van het boekjaar na deze aftrekken nog meer bedraagt dan 1.000.000 EUR, dan zullen de andere aftrekken (overgedragen DBI van vorige boekjaren, oude fiscale verliezen, etc) slechts aftrekbaar zijn voor maximaal 70%.

Deze maatregel geldt niet voor bedrijven die in hun eerste 4 boekjaren zitten. Voor deze bedrijven blijven de geleden fiscale verliezen volledig aftrekbaar.

Afschrijvingen

Degressief afschrijven zal vanaf 2020 niet langer mogelijk zijn. Ook de verhoogde afschrijvingen van 120% op sommige investeringen zullen afgeschaft worden.

KMO’s zullen vanaf 2020 ook pro rata moeten afschrijven zoals nu reeds het geval is bij grote ondernemingen.

Taks op effectenrekeningen

Er zal een jaarlijkse taks van 0,15% moeten betaald worden op het bedrag van beursgenoteerde effecten (aandelen, obligaties, fondsen) die u op een effectenrekening aanhoudt, maar dit enkel indien er voor meer dan 500.000 EUR aan effecten op deze effectenrekening(en) staat.

Gehuwde of samenwonende partners die nu een gemeenschappelijke effectenrekening bezitten waarop meer dan 500.000 EUR staat, kunnen deze rekening splitsen in 2 aparte rekeningen om eventueel aan deze taks te ontsnappen.

De taks geldt per individueel gezinslid en is niet van toepassing op vennootschappen. Dit laat verschillende mogelijkheden open om te optimaliseren door middel van schenking of oprichten van een vennootschap.

Voorafbetalingen

De belastingvermeerdering voor een vennootschap die onvoldoende voorafbetaald, zal vanaf 2018 ook verschuldigd zijn bij bedragen onder de 50 EUR en de belastingvermeerdering zal opgetrokken worden naar 3%.

Dit  moet vennootschappen aanzetten om terug aan voorafbetalingen te doen.

Vrijstelling op meerwaarden van aandelen

De vrijstellingsregeling van meerwaarden op aandelen wordt in lijn gebracht met de DBI-voorwaarden.

Concreet betekent dit dat een meerwaarde slechts meer zal vrijgesteld worden indien de participatie ten minste 10% van het kapitaal bedraagt OF ten minste 2.500.000 EUR.

Voor grote vennootschappen verdwijnt het eerder ingevoerde tarief terug van 0,412% op gerealiseerde meerwaarden van aandelen.

Controle

De verhoging van de belastbare basis bij controle zal enkel nog kunnen verminderd worden met DBI-aftrekken van het huidige boekjaar.

Op de overige verhogingen zal nog steeds belasting moeten betaald worden.

Roerende voorheffing verschuldigd op kapitaalverminderingen

Vanaf 2018 zal een kapitaalvermindering pro rata moeten aangerekend worden op zowel de belaste als de gestorte reserves.

Op de gestorte reserves is nog steeds geen roerende voorheffing verschuldigd maar door de pro rata omdeling van de reserves zal er op de belastbare reserves wel roerende voorheffing verschuldigd zijn.

Wijzigingen aan de notionele intrestaftrek

Het systeem van de notionele intrestaftrek zal hervormd worden zodat enkel nog het bijkomend gestort kapitaal in aanmerking zal komen door middel van een voortschrijdend gemiddelde over de afgelopen 5 jaar. Het verhoogde tarief voor KMO’s blijft wel behouden.

Wijzigingen aan de investeringsaftrek

Voor KMO’s en eenmanszaken stijgt het tarief voor de éénmalige investeringsaftrek van 8% naar 30% tot en met 2020. Vanaf 2021 zakt dit tarief terug naar 10%.

Wijzigingen aan de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor wetenschappelijk personeel

De maatregel zal stelselmatig uitgebreid worden naar bachelordiploma’s

Afschaffingen vanaf 2020 van onderstaande vrijstellingsmaatregelen

  • Vrijstelling aanvullend personeel
  • 140% kostenaftrek van stagebonusloon
  • Meerwaardevrijstelling op bedrijfsvoertuigen en voertuigen voor gemeenschappelijk vervoer
  • Vrijstelling op het sociaal passief ingevolge éénheidsstatuut
  • Meerwaardevrijstelling op onroerende goederen van vennootschappen voor huisvestingskrediet

Aftrekbeperkingen geldig vanaf 2020

  • Alle boetes inzake directe en indirecte belastingen alsook de aanslag geheime commissielonen worden niet-aftrekbaar
  • Verdere beperkingen van autokosten (ook van elektrische wagens)

Overgangs- en misbruikmaatregelen

Om te vermijden dat vennootschappen hun winsten verschuiven naar volgende jaren zal er worden gesleuteld aan de aftrekbaarheid van vooruitbetaalde kosten, fiscale voorzieningen en de taxatie van herbeleggingsmeerwaarden. De voorwaarden worden strenger.

 


  • 0

Een vereenvoudigde en goedkopere invordering voor onbetwiste schulden.

Sinds 2 juli 2016 is er een nieuwe wetgeving van kracht die het makkelijker en eenvoudiger moet maken voor bedrijven om hun vervallen en niet betwiste facturen te innen.

Het is de bedoeling van de wetgever om niet langer een rechtbank te moeten inschakelen bij het invorderen van openstaande en vervallen schulden.

Hierdoor verloopt het proces veel sneller en ook goedkoper.

Wij geven hieronder kort een beschrijving van de nieuwe procedure.

De inleiding

Om de procedure op te starten dient u zich te wenden tot een advocaat.

Deze zal het dossier nazien en doorgeven aan de deurwaarder.

 

De invordering

De deurwaarder stuurt aan de debiteur een aanmaning tot betalen, samen met de bewijsstukken en een antwoordformulier.

Na ontvangst van deze aanmaning beschikt de debiteur over 1 maand en 8 dagen om te reageren.

De debiteur kan:

  • Ofwel betalen: meteen of met een afbetalingsplan.
  • Ofwel betwisten: merk wel op dat deze betwisting gemotiveerd moet zijn.
  • Ofwel niet reageren en niet betalen.

Bij een gemotiveerde betwisting stopt deze nieuwe invorderingsprocedure. Het is voor een schuldeiser dan nog altijd mogelijk om alsnog een procedure voor de rechtbank op te starten.

Reageert de debiteur niet en weigert hij van betalen of houdt hij zich niet aan het afgesproken afbetalingsplan, dan stelt de deurwaarder een PV van niet-betwisting op.

Dit PV van Niet-Betwisting kan dan door de bevoegde magistraat uitvoerbaar verklaard worden waarna dit PV kan uitgevoerd worden door de gerechtsdeurwaarder.

Beperkingen

Deze procedure geldt vooralsnog enkel voor facturen tussen bedrijven.

Openstaande facturen aan particulieren kunnen niet langs deze weg worden ingevorderd.

De invorderingsprocedure is ook niet mogelijk bij een faillissement, gerechtelijke reorganisatie of collectieve schuldenregeling

Deze procedure is niet van toepassing op niet contractuele verbintenissen

De invordering van schulden ten aanzien van publieke overheden (steden, provincies, overheid, instellingen van openbaar nut,…) dienen ook nog steeds volgens de oude procedures ingevorderd te worden.

Conclusie

Deze nieuwe procedure zal voor een groot deel van de openstaande facturen kunnen gebruikt worden.

 


  • 0

Belastingen besparen met een levensverzekering

Belastingkorting van 30%

Een individuele levensverzekering kan vaak een interessante manier zijn om nog bijkomend aan pensioensparen te doen of uw naasten bijkomend te beschermen in geval u komt te overlijden.

Bovendien zijn de premies ook nog fiscaal aftrekbaar en leveren ze, -net zoals pensioensparen- een belastingvoordeel op van 30%.

Voorwaarden

  • Het levensverzekeringscontract moet afgesloten worden voor de leeftijd van 65 jaar. Premies die na de leeftijd van 65 jaar gestort worden, blijven wel een fiscaal voordeel opleveren.
  • Het levensverzekeringscontract moet afgesloten worden voor een duurtijd van minstens 10 jaar, de uitdoving van uw contract kan pas geschieden na uw overlijden of na uw 65ste verjaardag.
  • Het levensverzekeringscontract moet worden aangegaan door de belastingplichtige zelf en alleen betrekking hebben op zijn eigen leven.
  • De begunstigde van het contract moet bij leven de belastingplichtige zelf zijn en in geval van een verzekeringscontract bij overlijden: de echtgenoot of begunstigden tot in de tweede graad. ( (groot)vader / (groot)moeder / zussen, broers, (klein)kinderen
  • De premies kunnen slechts aanvullend gecombineerd worden met de aftrek van de woonbonus, de aftrek zal dus beperkt zijn indien u reeds een hypothecaire lening heeft.
  • Het moet gaan om een TAK21-contract. Dit betekent dat uw kapitaal beschermd is.

Bedrag

Het bedrag dat u fiscaal kan storten is afhankelijk van uw inkomen.

De berekening is als volgt:

(6% x nettobelastbaar inkomen + 169,20 EUR)

Het maximaal bedrag per partner bedraagt 2.260 EUR, bij een nettobelastbaar inkomen van 34.846,87 EUR zit u reeds aan dit maximumbedrag.

Belasting bij uitkering en bij storting

Net zoals bij pensioensparen en de woonbonus geldt ook hier het principe, éénmaal aangegeven = belasting bij uitkering.

Deze belasting bedraagt 10% op de opgebouwde spaarpot (kapitaal + intresten) bij uw 60ste verjaardag. Uw verzekeraar zal dit bedrag automatisch afhouden.

Daarnaast is er bij iedere instorting ook 2% premietaks verschuldigd.

Waarop moet u letten bij het aangaan van de polis

Let bij het afsluiten van uw contract niet enkel op het brutorendement, maar bekijk ook steeds de beheerskosten. Deze kunnen sterk verschillen van polis tot polis en zo het brutorendement sterk naar beneden halen.

Vraag verschillende offertes aan en hou er rekening mee dat de beheerskosten te onderhandelen zijn. Zelfs een verschil van 1% in beheerskosten kan bij het einde van uw contract al rap enkele honderden tot duizenden euro verschil maken.

Geef bij het aanvragen van uw offerte ook duidelijk mee dat u de premies fiscaal in aftrek wenst te brengen. Niet alle contracten komen namelijk in aanmerking voor de fiscale aftrek.


  • 0

De fiscale voordelen van een elektrische wagen

Misschien denkt u erover om als zelfstandige of bedrijfsleider een nieuwe wagen aan te schaffen maar twijfelt u nog tussen de aanschaf van een wagen op benzine of diesel en een elektrische wagen.

In dit kort artikel zetten wij de fiscale voordelen van elektrisch rijden voor u op een rijtje.

Om de aankoop van een nieuwe elektrische wagen aan te moedigen, zijn er enkele  fiscale gunstmaatregelen van kracht.

120% aftrekbaarheid van de elektrische wagen

De belangrijkste voor zelfstandige ondernemers en bedrijfsleiders is ongetwijfeld de verhoogde aftrekbaarheid van de elektrische wagen.

Een elektrische wagen is 120% aftrekbaar.

U kan dus meer kosten in aftrek brengen dan wat u effectief betaald heeft.

Daarnaast zijn ook alle bijkomende kosten zoals onderhoud en verzekering voor de volle 120% aftrekbaar.

Betaalt u dus 1.000 EUR aan verzekering, dan mag u 1.200 EUR in aftrek brengen!

Kost uw wagen u 50.000 EUR en schrijft u elk jaar 1/5 af, dan kan u elk jaar 12.000 EUR afschrijven in plaats van 10.000 EUR.

Koos u dan toch voor een wagen op benzine ter waarde van 50.000 EUR en met een aftrekbaarheid van 75%, dan kon u slechts 7.500 EUR in fiscale aftrek brengen.

Deze aftrekbaarheid van 120% is van toepassing op alle autokosten, met uitzondering van de elektriciteit. Deze is, net zoals de brandstofkosten op vandaag, slechts voor 75% aftrekbaar.

Geen verkeersbelasting op elektrische wagens

Elektrische voertuigen zijn vrijgesteld van zowel de belasting op inverkeerstelling (BIV) alsook de jaarlijkse verkeersbelasting.

Aftrekbaarheid van de elektrische wagen

Net zoals bij andere wagens geldt het normale stelsel van aftrekbaarheid van de BTW.

De BTW op uw autokosten is ten hoogste 50% aftrekbaar.

Hou er ook rekening mee dat de fiscus de elektriciteit van uw oplaadstation ook als brandstof aanziet.

U kan dus maximaal 50% van de BTW op elektriciteit aftrekken.

 


  • 0

De investeringsaftrek voor digitale investeringen

Vanaf aanslagjaar 2016,  kan u gebruik maken van een nieuw soort investeringsaftrek: De investeringsaftrek voor digitale investeringen.

Wie heeft er recht op?

De nieuwe investeringsaftrek is enkel bedoeld voor eenmanszaken, micro- en kleine ondernemingen.

Welke investeringen komen in aanmerking?

  1. Investeringen die dienen voor de integratie en exploitatie van digitale betalings- en facturatiesystemen.
    1. Investeringen in systemen die de elektronische betalingen vergemakkelijken
    2. Investeirngen in systemen voor elektronische facturatie, handetekening of archivering
  2. Investeringen die dienen voor de beveiliging van uw ICT en communicatie-systemen
    1. Investeringen in systemen voor de beveiliging van informatie, netwerken en ICT-installaties
    2. Investeringen in monitoring- en auditinstrumenten voor de beveiligingssystemen
    3. Investeringen in systemen die zorgen voor een veiliger beheer van de door de ondernemingen verzamelde persoonsgegevens.
  3. Aanvullende investeringen die nuttig zijn bij de uitvoering van de investeringen in digitale betalings- en facturatiesystemen of in systemen die dienen voor de beveiliging van ICT.
    1. De kosten voor softwareontwikkeling die verband houden met de investeringen.
    2. Investeringen in hardware of software die de interfacing van de beoogde systemen mogelijk maken, met inbegrip van interfaces tussen systemen voor facturatie, betaling en boekhoudkundige programma’s.

Hoeveel bedraagt de investeringsaftrek?

De investeringsaftrek voor digitale investeringen werd voor aanslagjaar 2016 vastgelegd op 13,5%. Heeft u 100 EUR geïnvesteerd, dan is 13,5 EUR direct aftrekbaar van de winst van het boekjaar.

Bijkomende voorwaarden?

Zorg ervoor dat uw leverancier de juiste vermeldingen op zijn factuur of een bijkomend document aan zijn factuur staan heeft.

Zo dient hij het soort investeringen te vermelden alsook de geijkte formule:

″Verklaring met toepassing van artikel 49/1 van het KB/WIB 92 betreffende de investeringsaftrek voor digitale investeringen bedoeld in artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, f, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 :

Ik, ondergetekende ………,

bevestig dat :

— … (per categorie de vermeldingen overnemen die worden opgelegd door bijlage IIter/1 van het KB/WIB 92)

… (Datum)

… (Naam)

… (Handtekening)


Claerhout Accountancy
Kappaertstraat 4
8550 Zwevegem